Christian Van Thillo: “Lokale mediabedrijven hebben enorme troeven”

Communication / News

Het kantoor van Christian Van Thillo, tien hoog, heeft de skyline van Antwerpen als decor. Of de executive chairman van DPG Media veel tijd heeft om daarvan te genieten, weten we niet. Zijn agenda is altijd goed gevuld. Zo kijkt hij vandaag met journalisten van PUB Magazine naar het heden en de toekomst van media (en van zijn mediabedrijf). Niet zo ongewoon voor hem: daar is hij bij wijze van spreken de klok rond mee bezig.

Hoe zou u de rol van een mediagroep omschrijven in een landschap waarin aandacht een gegeerd goed is geworden?

Christian Van Thillo: “Niet alleen de aandacht, ook de tijd van de mensen. In West-Europa valt dat nog mee, als je kijkt naar het succes van de digitale transformatie van ‘klassieke’ media als kranten, radio en televisie. Tijdschriften iets minder, omdat die moeilijker te digitaliseren zijn. De stap van klassieke radio naar digitale audio verloopt relatief gemakkelijk. Televisie digitaliseert nu volop via streaming en daar liggen grote kansen. Kranten zijn er al lang mee bezig en zijn heel sterk gedigitaliseerd. Nieuwsmedia, vooral kranten, werden 10, 15 jaar geleden doodverklaard. In Amerika is dat jammer genoeg in grote mate ook gebeurd. Je hebt er enkel nog The New York Times en The Wall Street Journal als succesvolle en invloedrijke titels. De rest, duizenden titels: bijna verdwenen. In Europese democratieën blijft er interesse bestaan voor professionele journalistiek. En ons businessmodel is minder afhankelijk van advertising. In Amerika betaalden de lezers nooit veel. Advertising was belangrijk en het internet nam die omzet weg. Uitgevers investeerden daarom niet langer in die media. Wij wel. In kranten, in radio en in televisie. In kwaliteit. Kwaliteit kreeg een andere invulling, maar meer dan ooit is de vraag bij de consument: ‘Ben jij, medium, mijn tijd waard? Want anders zit ik op TikTok, op Instagram of whatever.”

Hoe winnen we het jonge publiek terug dat massaal dreigt af te haken?

“Ik schrik altijd van die vraag. Jongeren zijn nooit de doelgroep geweest van kranten. De vraag is of jongeren nog nieuwsmedia willen lezen wanneer ze het ouderlijk huis uit zijn  en zelfstandig gaan leven, want vanaf dan behoren ze wel degelijk tot onze doelgroep en willen we dat ze voor onze titels kiezen. Daarom is het wel belangrijk om jongeren kennis te laten maken met onze titels. Zo heeft HLN meer dan 500.000 volgers op TikTok en dat is van groot belang om een affiniteit te creëren met het merk. En als ze 25 of 26 zijn, voor het eerst alleen gaan wonen, gaan werken, een partner hebben… en ze willen zich goed informeren? Wel, dan is er HLN. Daarom zijn nieuwsmedia actief op sociale media. Niet om er op korte termijn commercieel iets aan te verdienen, maar voor de lange termijn.”

“En televisie? Mensen zeggen: ‘Christian, mijn kinderen kijken geen televisie meer.’ Ik begrijp dat. YouTube is een gigantische concurrent. Instagram is video geworden. Vraag aan jongeren of ze nog op Facebook zitten. Of course not. Sociale media gaan niet meer over wat wij delen. Sociale media waren sociale media, vandaag zijn sociale media meer en meer een video-ervaring. Het is video, met user-generated, algoritmisch gedreven content. Dus ja, de uitdaging voor televisie is groot. Je moet je medium digitaliseren en ervoor zorgen dat je in de leefwereld van jongeren je visitekaartje afgeeft, tot ze de leeftijd hebben die past bij je medium.”

(...) 

Lees het volledige artikel in het nieuwste papieren magazine of op pub.be