Ik ben bang voor professoren, CEO’s en dertigers  

Het bovenstaande had ik moeten antwoorden toen collega’s tijdens een lunchpauze uitvoerig hun angsten bespraken. Ik hield het bij wespen en vogels, met hun vleugels, onverwachte bewegingen en het risico op respectievelijk een venijnige steek of vliegend schijt. Maar toen ik laatst een professor én een CEO mocht interviewen, bekropen de zenuwen me.  

In mijn fantasie tolereren professoren geen fouten en willen ze alleen met “geachte” worden begroet. CEO’s slapen in hun maatpak (als ze al slapen) en praten je moeiteloos onder tafel. En dertigers? Die bevinden zich in een levensfase vol keuzes, met een nog lange carrière voor zich. Dat maakt de kans op bewijsdrang en op een kort lontje reëel.   

Het gebeurt dat ik met het ergste scenario in het achterhoofd aan een interview begin. Ik hoor mezelf de eerste vraag dan iets te voorzichtig formuleren, alsof ik met één verkeerd woord door de mand zal vallen. Eens het gesprek op gang komt, begin ik het te voelen: de persoon voor me is geen titel of leeftijd, maar in de eerste plaats een mens.   

Ik heb onderzoekers zien zweten voor de camera en mannen in hoge functies naar woorden horen zoeken, en evengoed heb ik geruststellingen gekregen als een vraag me ontglipte. De CEO droeg dan wel een pak, maar bleek het antwoord soms ook niet te weten. Ik mocht de professor zelfs aanspreken met zijn voornaam.   

  

Uiteindelijk zijn het net die angst en vooroordelen die me dwingen om toch het gesprek aan te gaan. Misschien ben ik dus vooral bang dat mensen niet meer met elkaar zouden praten. We zouden dat gewoon wat vaker moeten doen. Spreek me dus gerust aan als je me ziet: ‘geachte Fien’ volstaat.  

Fien Van Liedekerke

Journalist @PUB Magazine