{OPINIE} Peter Van Wijnaerde (Springbok): De eerste creatieve oorlog 

News / People

Firenze, eind vijftiende eeuw. Schilders en beeldhouwers zijn verwikkeld in een strijd die meer weg heeft van een pitch dan van kunstkritiek. 

Leonardo da Vinci zit in het kamp van de schilders, die zien in zichzelf de toekomst. Ze zijn meester van perspectief geworden en kijken neer op beeldhouwers. Leonardo beschreef ze als zweterige brute kerels. Schilderen daarentegen was geometrie, optica, meten. Hij zag zichzelf als filosoof van licht en kleur, niet als ambachtsman. 

Benvenuto Cellini had daar later iets op te zeggen. Hij was goudsmid, beeldhouwer én vechtjas, zijn memoires lezen als een misdaadroman. De man was messentrekker, ontsnapte uit de Engelenburcht door lakens aan elkaar te knopen, en schreef er daarna zelf over met de bescheidenheid van een rockster. Hij gaf de Medici hun bronzen Perseus met het hoofd van Medusa. Zijn mening over schilderkunst was simpel. Het is bedrog, een trucje, illusie op een plat vlak. Sculptuur bestaat echt, heeft een schaduw, kan aangeraakt worden. Dat maakt het goddelijk, zei Cellini, permanentie is waarheid. Zijn Perseus is nog steeds te bewonderen, zomaar, gratis op een plein. 

Het werd de Paragone. Welke kunst is superieur? Maar onder alle filosofie zat een simpelere waarheid. Wie het debat won, won de grote opdrachten. Status was omzet. De ruzie verplaatste zich van brieven naar werken. Giambologna maakte de Roof van de Sabijnse vrouwen (ook te zien op datzelfde plein), een marmeren knoop van lichamen die je dwingt er omheen te lopen voor je het verhaal begrijpt. Schilderkunst kan dit niet. Schilders antwoordden met illusie, met spiegels en dubbele panelen. Argumenten in marmer en olieverf. Dit zorgde voor een explosie van kwaliteit in beide kunsten. 

Dan, 1839. De fotografie wordt uitgevonden. De schilder Paul Delaroche kijkt naar de eerste foto en zegt: "Vanaf vandaag is de schilderkunst dood." Precies wat ze in Firenze ook dachten, toen perspectief de beeldhouwers van hun 3D-troon leek te stoten. 

Het is nooit anders. De fotografie doodde het realisme niet, ze bevrijdde het. Schilders hoefden de werkelijkheid niet meer te kopiëren. Monet kon licht schilderen met gevoel en atmosfeer. De camera nam de feiten over. De kunst nam de rest. 

En nu staan we er weer, AI versus menselijke creativiteit. Algoritme versus touch. Code versus zweet. Iedereen heeft een mening. Iedereen verdedigt hun territorium. Er is een nieuwe Paragone in onze industrie. Iedereen denkt dat dit keer anders is maar elke Paragone eindigt hetzelfde. Met argumenten in zweet en code. Met meer creativiteit en nieuwe mogelijkheden. Een nieuwe tool bevrijdt altijd iets wat daarvoor vastzat. Perspectief bevrijdde het platte vlak. De camera bevrijdde het realisme. Wat AI bevrijdt, dat weten we nog niet. 

Leonardo en Cellini wisten het ook niet. Ze bleven werken, wonnen pitches en werden beter. Daar ontstond iets wat we nu de Renaissance noemen. 

We leven in spannende tijden. 

- Peter Van Wijnaerde, CMO Springbok Group. Chief Editor Agency Life.