Tom Van den Bergh (RCA): “Er zit een dubbelzinnigheid in onze sector"

Communication / News

In juni lost volgt Tom Van den Bergh, vandaag partner en strategic director bij RCA, Ivo Clerix op als CEO van het communicatiebureau. Die ‘overdracht van de macht’ gaat gepaard met de toetrede van twee ervaren medewerkers tot de kring van partners van RCA: Jente Joris en Bart Klerckx. De eerste leidt de activiteiten op sociale media in goede banen, de tweede drukt als creative director zijn stempel op de creatieve output van het bureau. Naast Tom Van den Bergh waren Sandra Vandoren, Bruno Leyssens en Wim Claesen al langer partners. PUB zocht de ‘CEO elect’ op in het kantoor van RCA in Hasselt – er is ook een hub in Diegem – een week nadat hij de tiende verjaardag van zijn aanwezigheid bij RCA mocht vieren.

De zes partners van RCA

Hoe verzeilde u destijds bij RCA?

“Ik heb een dubbele opleiding: socio-maatschappelijk werk én een grafische opleiding. Voor ik hier belandde deed ik iets helemaal anders, en toch niet helemaal: ik leidde de communicatiedienst van CD&V. Ik begeleidde er grote campagnes – met bureaus als Saatchi en Famous – en coördineerde ook het dagelijkse communicatiewerk. Ik begon hier om samen met Ivo de afdeling overheidscommunicatie uit te bouwen, nog altijd een belangrijke activiteit van RCA.”

In juni wordt u CEO. Gedaan met het veldwerk?

“Elke partner had hier vroeger zijn eigen terrein en verantwoordelijkheid. Tot twee jaar geleden waren er bijna letterlijk silo’s, maar die hebben we toen afgebroken, want klanten werken niet zo. We behielden wel een indeling met aan de ene kant het agency en aan de andere kant consultancy. Dat tweede luik bestaat uit een brede waaier, van corporate en lifestyle PR tot mediatraining en crisiscommunicatie, maar ook influencermarketing, interne communicatie en employer branding.De partners sturen nog steeds binnen hun expertise verschillende teams aan, maar het is meer geïntegreerd. Ikzelf blijf ook het team van strategen begeleiden en dagdagelijks met klanten werken.” Zes partners en de huidige CEO, Ivo Clerix, die voorzitter van de raad van bestuur wordt. Is die structuur intern duidelijk?

“Het is zelfs ingewikkelder dan dat (lacht), want naast de zes partners zijn er nog eens drie managementfuncties. Dat is dus een leiding van negen mensen. En we hebben een stevige overlegcultuur, tweewekelijks zitten we samen. Toch is er geen probleem, de taakverdeling is duidelijk, ook voor alle medewerkers. En Ivo zal zeker geen schoonmoeder worden, we hebben een redelijk horizontale structuur en we bepalen met z’n allen de te volgen richting.”

Bovendien hebben jullie twee werkplekken, Hasselt en Diegem…

“Het meeste werk gebeurt vanuit Hasselt, iedereen heeft hier een eigen bureau. Diegem is handig voor wie meer in die buurt woont, en natuurlijk ook voor klanten. Er zijn dagelijks gemiddeld tien van de 75 RCA-medewerkers in Diegem aanwezig. Beide werkplekken zijn trouwens goed te bereiken, ook met het openbaar vervoer. Dat is belangrijk, ook voor de rekrutering. We hebben ook Franstalige medewerkers, uit Brussel of uit de regio Luik. De rekrutering is nochtans geen probleem, ondanks onze ‘afgelegen’ ligging hier in Limburg. Het valt wel op dat de bereidheid om hier te werken toenam naarmate we grotere klanten binnenhaalden.”

Hoeveel rek zit er nog op die 75 medewerkers?

“Een tachtigtal medewerkers is prima voor ons, we willen niet per se veel groter worden, en het zou wel krap worden voor ons kantoor in Hasselt. We zijn altijd gestaag gegroeid, zonder grote overnames. Iedereen kent iedereen nog, alleen met stagiairs wordt het soms al wat moeilijker (lacht).”

RCA blijft een onafhankelijk bureau?

“Dat is de bedoeling, ja. De zes partners zijn zes ondernemers die nu geen rekenschap moeten afleggen aan derden, dat is comfortabel. We hebben natuurlijk ons eigen informele netwerk, met productiehuizen of partnerbureaus in het buitenland, zonder dat we daarover formele overeenkomsten hebben.”

Grotere klanten halen jullie vaak binnen via pitches. Hoe kijken jullie naar dat mechanisme van pitches?

“Je kunt er niet omheen. En vergeet de openbare aanbestedingen niet, wij dingen geregeld mee naar overheidsopdrachten. Ik zie wel dat klanten steeds vaker het belang inzien van chemistry meetings. Klikt het wel tussen klant en bureau?”

En hoe kijkt u naar de evolutie van de communicatiesector in zijn geheel?

“Het blijft natuurlijk het mooiste vak dat er is (lacht). Er zit een dubbelzinnigheid in onze sector. Je ziet dat grote bureaus steeds groter worden, maar kleinere spelers krijgen daardoor ook meer ruimte. We moeten niet zo veel adapteren, mede omdat ons land straffe creatieven telt en omdat er vaak een straffe strategische onderbouw is. Tezelfdertijd is er ruimte voor creatieve absurditeit. Merken kunnen hier veel doen en het is leuk om daaraan mee te werken…”